D66 genoodzaakt Motie van Teleurstelling in te dienen
Hoe functioneert onze lokale democratie? Met name in deze tijd waarop we scherp moeten zijn op onze keuzes? In welke mate heb je als college aan de ene kant lef en ben je mans genoeg om aan de andere kant fouten toe te geven? Om daarin te functioneren moet je overleggen, pleeg je hoor en wederhoor. En een basis hiervoor is de plicht van het college om de raad te informeren.
Het is teleurstellend, maar waar. D66 constateert dat het college hier niet aan voldoet. Dat is ernstig. Dusdanig ernstig dat D66 dit middels brieven aan het college probeerde te klaren. Maar dan nog blijft het antwoord uit.
Trieste gevolg: D66 is genoodzaakt een Motie van Teleurstelling in te dienen.
De feiten:
De motie heeft betrekking op het uitblijven van een antwoord op een vraag over een raadsbesluit uit de periode 2002 – 2006. Het besluit gaat over een extra verhoging van de parkeertarieven om te sparen voor de bouw van een (ondergrondse)parkeergarage. De motie beperkt zich tot deze vraag.
Tijdens een besloten raadsbijeenkomst heeft de D66-fractie gevraagd naar de status van dit besluit. In die bijeenkomst is niet ingegaan op onze vraag. Met geen woord. Dat was voor de fractie de directe aanleiding om de vraag schriftelijk voor te leggen aan het college. Dat was 10 januari 2011.
Begin dit jaar stond het kaderplan Binnenstad en het plan van aanpak nieuw stadhuis op de agenda. De fractie wilde zich goed voorbereiden op deze ontwikkelingen en stelde daarom een aantal vragen aan het college. Een van de vragen ging over de extra verhoging van de parkeertarieven om te sparen voor de bouw van een (ondergrondse) parkeergarage. De fractie verzocht om een antwoord vóór 25 januari. Dat was 11 januari 2011.
Toen antwoord uitbleef heeft de fractie nogmaals per brief verzocht om een spoedige beantwoording. Dat was 24 januari 2011.
23 Februari kreeg de fractie een antwoordbrief van college met daarin de passage dat de portefeuillehouders in de raadsvergadering van 25 januari de vragen mondeling hebben beantwoord.
Maar dat blijkt niet uit de op 19 april 2011 vastgestelde notulen van de raadsvergadering van 25 januari 2011.
In de raadsvergadering van maart, waarvan de notulen zijn vastgesteld op 14 mei 2011, hebben wij de vraag nogmaals gesteld aan wethouder Andela. Na enige aandrang deed hij de toezegging, ik citeer: ”Wij zullen ons er hard voor maken dat wij de raad alle helderheid bieden over alle fondsen die er zijn met betrekking tot het parkeren.” Dat was 29 maart 2011.
Toen executie van deze toezegging uitbleef, heeft de fractie opnieuw een brief gestuurd aan het college waarin de wethouder wordt geciteerd en met de slotzin: “Met klem verzoek ik uw college om nu niet langer te dralen en per omgaande antwoord te geven op onze vraag. Hierbij wil ik u niet onthouden dat zo langzamerhand de gedachte aan weigerachtigheid uwerzijds zich aan ons opdringt.” Dat was 14 oktober 2011.
Opmerkelijk is het, dat niet één van de genoemde brieven op het RIS is geplaatst terwijl dat wel gebruikelijk is. Maar ook de toezegging van de wethouder is een zelfde lot beschoren en nooit op de toezeggingenlijst terecht gekomen en ook dat is wel gebruikelijk. Wat is hier toch aan de hand?
Geachte leden van de raad, tot op de dag van vandaag, 6 december 2011 is noch per post aan huis, noch via het postvak, nog op het Raadsinformatiesysteem of anderszins een antwoord of reactie van het college ontvangen. Het is nu 6 december 2011, elf maanden na onze eerste verzoek!
Omdat het zo belangrijk is voor het goed functioneren van de raad, is het college gehouden de raad alle informatie en/of inlichtingen die de raad wenst, te verstrekken.
Het onthouden van informatie en/of inlichtingen staat haaks op de artikelen 169 en 180 uit de gemeentewet, waarin het verstrekken van informatie en inlichting door respectievelijk het college en de burgemeester als verplichting is opgenomen. Maar ook het ‘eigen’ protocol “actieve informatievoorziening aan de Raad” en het “Reglement van orde 2010” laat hierover geen misverstand bestaan.
Alles overwegende kan de fractie van D66 niet anders concluderen dan dat uit niets blijkt, dat het college voornemens was en is, de door ons gewenste informatie of inlichtingen te verstrekken. Uit niets blijkt het gevoel voor urgentie of belang.
Daarom rest ons niet anders, hoe zeer wij dat ook betreuren, om een motie van Teleurstelling in te dienen en de raad te vragen daar steun aan te geven omdat in wezen de raad in de kern van haar functioneren wordt geraakt.
Meer nieuws
- Beschouwing voorjaarsnota; een eerste reactie 16-5-2012
- NU! D66 pamflet t.b.v. de voorjaarsnota 9-5-2012
- Behandeling Soweco 1-5-2012
- Stagiaires journalistiek volgen D66 Almelo 22-4-2012
- Goederenvervoer over het spoor 1-4-2012
- Gevels Grotestraat 28-3-2012
- Fractie bezoekt Brussel 26-3-2012
- College VVD, CDA en PvdA zwaar gehavend op het pluche 25-3-2012
- Fortezzadossier - een overzicht 16-3-2012
- Passend onderwijs 1-3-2012




