Beluister deze pagina met proReader

Kanttekenignen bij CBS publicatie hypotheekrenteaftrek

zaterdag 22 mei 2010

Aan: CBS


Inzake: Publicatie "Huishoudens met hypotheek-renteaftrek 2008 - Hypotheekrenteaftrek al vele jaren minder interessant voor hogere inkomens"


De publicatie op de CBS website van 12 mei jl. heeft in de pers veel aandacht getrokken. De Volkskrant kopt bv.: “Helft aftrek naar rijkste burgers”, conform de titel op de CBS-website. Op die website staat verderop een vetgedrukte kop: “Hogere inkomens hebben het vaakst een hypotheek en ontvangen het meest terug.


Die uitspraak is getalsmatig niet onjuist. We mogen ervan uitgaan dat de gepresenteerde cijfers feitelijk correct zijn. Dat is dus niet ter discussie. Waar het om gaat is dat, mede door de presentatie,  door lezers een onjuiste nevenconclusie getrokken kan worden.


Het feit dat de hogere inkomens het grotere deel van de totale hypotheekrenteaftrek terugkrijgen impliceert namelijk niet dat de hogere inkomens, alle financiële en fiscale effecten tezamen genomen, dus ook het grootste voordeel genieten.


En dat is nu juist de opvatting die veel lezers, na lezing, opnieuw bevestigd zullen zien. Dat de hypotheekrenteaftrek vooral de hoogste inkomens zou subsidiëren, is een misverstand dat al heel lang bestaat.  We spreken dan over de inkomens van burgers die, naast hun hypotheek nog over een aanmerkelijk bedrag aan spaargelden beschikken, zodanig, dat zij desgewenst, hun hypotheek uit die spaargelden zouden kunnen aflossen.


Er is een aantal redenen, waarom deze situatie voor hen minder gunstig is dan zij denken.


1.   In de eerste plaats betalen zij over het algemeen meer hypotheekrente dan zij gemiddeld op hun spaarvermogen ontvangen, en lijden zij aldus een bruto renteverlies.. Velen zijn daartoe bereid, omdat zij denken dat dit verlies meer dan gecompenseerd wordt door de hypotheekrenteaftrek.. Daarnaast zullen er zijn die een appeltje voor de dorst wensen. Dit bruto renteverlies is van belang voor deze burgers, maar niet voor de schatkist.


2.   Een tweede nadelig effect, dat wel van belang is voor de schatkist, vindt zijn oorzaak in de invoering, in 2001, van de vermogensrende-mentsheffing (de belasting op voordeel uit sparen en beleggen) waarvoor, anders dan vroeger bij de vermogensbelasting, de hypotheekschuld niet aftrekbaar is. Die heffing bedraagt 1,2%. Het rendement op spaarvermogen ligt daardoor 1,2% lager dan de bruto-opbrengst. Zouden deze burgers hun hypotheek aflossen uit hun spaarvermogen, dan zouden zij 1,2% besparen. Deze 1,2% moet daarom toegerekend worden aan het houden van een hypotheek. In totaal bedraagt hun nadeel dus het bruto renteverlies uit (1) én nog eens 1,2%. Het zou interessant zijn een schatting te maken van de totale inkomsten uit de vermogensrendementsheffing,  die de staat zou derven, als alle hypotheken bij de hogere inkomens uit spaarvermogen zouden worden afgelost.


Die inkomstenderving zou in mindering moeten worden gebracht op de totale hypotheekrenteaftrek, die diezelfde inkomensgroepen genieten.. Met een dergelijke berekening zou het CBS een genuanceerder verhaal naar buiten kunnen brengen. Overigens, afgezien van het effect voor de schatkist, groeit in de politiek de mening dat langdurige, aflossingsvrije hypotheken niet langer mogelijk zouden moeten zijn.

 

3.   Het aflossen van de hypotheek is sinds 1 januari 2005 nog aantrekkelijker geworden.  Wanneer het saldo van het bij het inkomen te tellen eigen woningforfait en de aftrekbare hypotheekrente positief is, wordt geniet de belastingplichtige voor dit saldo een gelijke aftrek. orden chatkist,effect, aflossingsvrije hypotheken niet langer mogelijk zouden moeten zijn..Als de hypotheekschuld geheel is afgelost wordt dus per saldo geen belasting betaalt.


Het eigen woningforfait bedraagt 0,55% van de waarde van de woning. Veronderstellen we dat de betreffende woningen voor 50% met hypotheek zijn belast, dan is het belastingvoordeel, bij een marginaal belastingpercentage, voor deze inkomensgroep, van 52%, 0,52 x 0,5 / 0,5 = 0,57%, zeg 0,5%. Dit nadeel dient eveneens toegerekend te worden aan het aanhouden van een hypotheek. Het verdient ook meegenomen te worden bij het berekenen van het werkelijk nadeel voor de schatkist. Immers, zouden de hogere inkomens besluiten hun hypotheken af te lossen, dan derft de staat belastinginkomsten die gerelateerd zijn aan het eigen woningforfait.


Conclusie: 

Bij een 5-jarige hypotheekrente van zeg 3,85% bedraagt het belastingvoordeel 2,0%


Daartegenover staan voor de hogere inkomens drie toe te rekenen nadelen:


a.  het verschil tussen hypotheekrente en bruto spaarrente, zeg 1,0%;

b.   1,2% vermogensrendementsheffing;

c.   geen kwijtschelding eigen woningforfait, zeg 0,5%.


Tezamen 2,7%. Voor de hogere inkomens wordt het belastingvoordeel dus op zijn minst tot nihil gereduceerd.. In ieder geval is er geen reden om te beweren dat  de hogere inkomens het meeste belang hebben bij de hypotheekrenteaftrek.


Dat ligt anders voor burgers met een laag inkomen. Die beschikken, wat de vermogensrendementsheffing betreft, niet of nauwelijks over spaarvermogen boven de vrijstelling van ruim 20.000 Euro. Zij kunnen niet aflossen, en toerekening van de 1,2% is bij hen niet aan de orde. Voor hen zou afschaffing van de aftrek een groot nadeel betekenen.


Samenvattend:

de hypotheekrenteaftrek is al heel lang alleen nog interessant voor de lagere inkomens, en totaal oninteressant voor de hogere inkomens.

Ik zou het op prijs stellen als u op het bovenstaande betoog zou willen reageren.


Met vriendelijke groet,

Henk Rang

(oud-lid Eerste Kamer)

 





Reageer

Reacties


Plaats een reactie


Door Okkie op 31-3-2012 09:16
Via een spaarhypotheek is het rendement even hoog als de hypotheekrente. Na aftrek wordt er wel degelijk een netto positief rendement behaald. Meestal is een spaarhypotheek gekoppeld aan een kapitaalverzekering en wordt er dus geen vermogensrendementsheffing betaald.
print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave


Agenda

RSS